LMM in de Lössregio, deel 1: Daling van de nitraatconcentratie

De nitraatconcentratie op landbouwbedrijven die deelnemen aan het LMM in de Lössregio daalt (zie Figuur 1). Was ruim tien jaar geleden de concentratie nog rond de 90 mg/l, nu nadert die de 60 mg/l. Deze daling hangt waarschijnlijk samen met de daling van het stikstofoverschot in de Lössregio. In de periode 1996-1998 mat de provincie Limburg met het bodemvochtmeetnet nitraat Mergelland de nitraatconcentraties. Deze bedroegen toen circa 150 mg/l. Er is dus sinds 1996 een forse daling meetbaar.

LMM in de Lössregio
Sinds 2002 verricht het RIVM elk jaar in de periode september – december op landbouwbedrijven metingen in het bodemvocht uit de bodemlaag beneden de wortelzone; dat wil zeggen uit de laag van 1,5 m tot 3,0 m beneden het maaiveld. In de periode 2002-2005 werden jaarlijks ruim 20 bedrijven bemonsterd. Slechts van een klein deel van de bedrijven werd de landbouwpraktijk ook vastgelegd. Sinds 2006 meten we op gemiddeld 50 bedrijven en wordt ook bij alle bedrijven door Wageningen Economic Research – de nieuwe naam voor het LEI - de landbouwpraktijk vastgelegd.

Verschillen tussen akkerbouw- en melkveebedrijven
De daling is nog beter zichtbaar als we rekening houden met het landbouwareaal dat de akkerbouw-, melkvee- en overige dierbedrijven vertegenwoordigen (rode stippellijn in Figuur 1). In de periode 2002-2005 waren de akkerbouwbedrijven ondervertegenwoordigd in het LMM in de Lössregio. De nitraatconcentratie is bij de melkveebedrijven lager dan bij de akkerbouwbedrijven. Bij de melkveebedrijven is tussen 2006 en 2008 de nitraatconcentratie gedaald en deze schommelt sinds 2008 rond de 50 mg/l. Bij de akkerbouwbedrijven steeg juist de nitraatconcentratie in de periode 2006-2008, maar deze lijkt sinds 2009 ook te dalen.

 

Figuur 1 Ontwikkeling van de nitraatconcentratie in het water dat uitspoelt uit de wortelzone van landbouwbedrijven in de Lössregio. Zowel de ongewogen als de areaal-gewogen gemiddelde concentratie is gegeven. Eveneens zijn de concentraties per bedrijfstype per jaar weergegeven.

Andere oorzaken

De chlorideconcentratie laat geen ontwikkeling zien en schommelt de gehele meetperiode rond de 20 mg/l. Dit is een indicatie dat het neerslagoverschot niet is veranderd en de daling in de nitraatconcentratie is daarom niet het gevolg is van een eventuele toename in het neerslagoverschot.

Dit artikel is het eerste uit een serie waarin zal worden ingegaan op vragen over het LMM-programma in de Lössregio. In het volgende artikel wordt antwoord gegeven op de vraag waarom er een apart meetnet is voor de Lössregio.

Dico Fraters (RIVM)                                                    LMM e-nieuws, december 2016

Deel dit artikel: