Nitraatconcentratie daalt op derogatiebedrijven

In de periode 2006-2013 was er geen dalende of stijgende trend in de stikstofbodemoverschotten. De nitraatconcentratie in het water dat uitspoelt uit de wortelzone daalde echter wel. Dat zou veroorzaakt kunnen zijn door na-ijling van hogere bodemoverschotten in het verleden. In 2014 daalde het bodemoverschot fors, met gemiddeld met 33 kg stikstof per ha (17%). De lagere bodemoverschotten in 2014 zijn nog niet terug te zien in daling in de nitraatconcentraties in het uitspoelingswater of het slootwater. In de periode 2012-2014 hebben we gemiddeld op de LMM-bedrijven uit het basismeetnet iets lagere nitraatconcentraties in het uitspoelingswater gemeten dan in de periode 2008-2011. Lees hierover meer in het artikel over de nitraatrichtlijn in deze LMM e-nieuws.

Derogatiemeetnet telt 300 bedrijven
Het derogatiemeetnet is tot stand gekomen vanwege de randvoorwaarde die de Europese Commissie heeft gesteld aan het toekennen van derogatie aan Nederland om voor graslandbedrijven een hoger gebruik van stikstof uit graasdiermest toe te staan dan de algemene norm van 170 kg stikstof/ha. Het doel van het derogatiemeetnet is om de effecten van deze derogatie op de bedrijfsvoering en de waterkwaliteit te monitoren. Het derogatiemeetnet omvat driehonderd bedrijven.

Figuur 1 Gemiddelde nitraatconcentratie in water uitspoelend uit de wortelzone op derogatiebedrijven in de vier regio’s in de periode 2007 - 2015.

Nitraatconcentratie in 2014
De gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelingswater in de Zandregio (40 mg/l) lag onder de nitraatnorm van 50 mg/l. Op de bedrijven in de Lössregio (51 mg/l) lag de nitraatconcentratie daar gemiddeld net boven. In de Kleiregio (15 mg/l) en de Veenregio (9,5 mg/l) was de nitraatconcentratie ruim onder de nitraatnorm. Het niveau van de concentratie verschilt tussen de grondsoortregio’s. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door een hoger percentage uitspoelingsgevoelige gronden in de Zand- en Lössregio; dit zijn gronden waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.

In de Zand- en de Lössregio was de gemiddelde nitraatconcentratie van de uitspoeling in het laatste meetjaar lager dan het voorafgaande jaar. In de Zand- en de Kleiregio was een dalende trend over de hele meetperiode; in de Löss- en Veenregio veranderde de nitraatconcentratie niet trendmatig.

Bodemoverschot
Het bodemoverschot is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via gras en mais). Het gemiddelde Nederlandse stikstofbodemoverschot is gedurende de onderzochte periode niet significant veranderd, maar vertoonde in 2014 wel een sterke daling als gevolg van het goede groeiseizoen voor gras en maïs. Het overschot naar de bodem voor alle bedrijven in het derogatiemeetnet kwam in 2014 voor stikstof gemiddeld uit op 153 kg per hectare. Het gemiddelde stikstofbodemoverschot is voor de Veenregio 217 kg/ha, de Kleiregio 157 kg/ha en de Lössregio 117 kg/ha. Voor het deel van de Zandregio waarvoor een maximaal gebruik van stikstof uit dierlijke mest geldt van 250 kg/ha, is het bodemoverschot 136 kg stikstof per ha. Voor het deel van de Zandregio waar de norm van 230 kg stikstof per ha geldt, is het gemiddelde bodemoverschot 125 kg stikstof per ha.

Meer over het derogatiemeetnet en de resultaten is te lezen in het rapport: Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2014.

Marga Hoogeveen (Wageningen Economic Research)                  LMM e-nieuws, december 2016

Deel dit artikel: