Wat als? Een verkenning over het verlies van derogatie

Verlies derogatie leidt niet alleen tot krimp
De nitraatrichtlijn schrijft onder andere voor dat er niet meer dan 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare mag worden aangewend. De EU heeft Nederland derogatie verleend waardoor veehouders onder voorwaarden, zoals minimaal 80% grasland op het bedrijf afhankelijk van de grondsoortregio, 250 of 230 kg stikstof uit graasdierenmest per hectare mogen aanwenden. Het voordeel hiervan is o.a. dat melkveehouders minder mest hoeven af te voeren dan het geval zou zijn zonder derogatie.

Een andere voorwaarde voor de derogatie is dat Nederland niet meer dan 173 mln. kg fosfaat produceert. Sinds 2015 is de fosfaatproductie boven dit plafond en dreigt daarom verlies van derogatie. Wageningen Economic Research heeft berekend wat de effecten hiervan zullen zijn voor de melkveehouderij, de toeleverende en de verwerkende zuivelindustrie. Ook heeft zij berekend wat dit betekent voor de dieraantallen in Nederland.

Gevolgen melkveehouderij
Een eerste verkenning gaf aan dat door het wegvallen van de derogatie er 18 mln. kg fosfaat extra op de mestmarkt komt. Dit is vrijwel uitsluitend mest van graasdieren. In totaal wordt er 91 mln. kg graasdiermest geproduceerd. Dit betekent dat deze extra mest gelijk is aan de fosfaatproductie van circa 20% van de melkveestapel en overige graasdieren in 2013 (De Koeijer et al., 2016a).

Een vervolgstudie (De Koeijer et al., 2016b) analyseerde in hoeverre de melkveehouderij daadwerkelijk minder melkkoeien zou houden bij een verlies aan derogatie, of dat dit via verschuivingen op de mestmarkt ook invloed had op dieraantallen en productie in andere sectoren. Dit is gebeurd voor de dieraantallen van 2013 voor een scenario waarbij uit is gegaan van voldoende mestverwerkingscapaciteit en een scenario waarbij slechts 50% van de extra benodigde mestverwerkingscapaciteit beschikbaar zou zijn.

Indien voldoende mestverwerkingscapaciteit beschikbaar zou zijn, zou het aantal melkkoeien met 2% afnemen en daalt de netto toegevoegde waarde in het gehele zuivelcomplex (melkveehouderij, zuivelindustrie en toeleverende industrieën) met 5% oftewel bijna 450 mln. euro. Bij onvoldoende mestverwerkingscapaciteit zou het aantal melkkoeien met bijna 5% afnemen en het zuivelcomplex met 10% ofwel met 940 mln. euro.

Gevolgen overig rundvee en varkenshouderij
Het wegvallen van derogatie heeft op aantallen dieren in de sectoren ‘overig rundvee’ en de varkenshouderij een groter effect doordat deze sectoren minder concurrentiekrachtig zijn op de mestmarkt. Op basis van de situatie in 2013 neemt het aantal dieren af met respectievelijk 5 en 1% in het scenario met voldoende mestverwerkingscapaciteit en met 10 en 13% bij onvoldoende mestverwerkingscapaciteit.

Totaal verlies agrocomplex
Het totale verlies in het agrocomplex loopt hierdoor bij onvoldoende mestverwerkingscapaciteit op tot 1,4 mld. euro. Verder onderzoek kan uitwijzen of de kosten van een eventueel verlies van derogatie kleiner zijn dan de kosten van de invoering van fosfaatrechten in geval van het behoud van derogatie.  



Figuur 1 Structuureffecten (x mln.) in de primaire landbouwsectoren voor het basisscenario ‘Wel derogatie 2013’ en de index (‘Wel derogatie 2013’ = 100) voor de basisscenario’s: ‘Geen derogatie 2013’ en ‘Geen derogatie 2013/50%’  Bron: modelberekeningen DRAM; De Koeijer et al., 2016b

Referenties
Koeijer, T.J. de, H.H. Luesink en P.W. Blokland (2016a). Effecten van derogatie op kosten van mestafzet, LEI-rapport 2016-024, Wageningen, LEI Wageningen UR. 

Koeijer, T.J. de, J.F.M Helming H.H. Luesink en A.D. Verhoog (2016b). Effect derogatie op melkveehouderij, zuivelindustrie en zuivelcomplex, LEI-nota 2016-045, Wageningen, LEI Wageningen UR. 

Tanja de Koeijer (Wageningen Economic Research)                      LMM e-nieuws, december 2016

Deel dit artikel: