Broeikasgasemissie uit de melkveehouderij (deel 1)

De emissie van broeikassen van de Nederlandse melkveehouderij wordt gemonitord met behulp van het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research. Deel 1 gaat in op de totale emissie van de melkveehouderijsector en op de gemiddelde emissie per kg melk. In een volgende editie zoomen we in op de variatie in de emissies.

Achtergrond
Broeikasgassen in de atmosfeer reguleren de temperatuur op aarde. Menselijk handelen heeft broeikasgasuitstoot tot gevolg die tot opwarming van de aarde en verandering van het klimaat leidt. Het huidige klimaatverdrag, het Kyoto-protocol, beoogt om de uitstoot van broeikassen terug te dringen. De Duurzame Zuivelketen heeft ook doelen gesteld ten aanzien van de reductie van broeikasgassen (-20% ten opzichte van 1990) en klimaatneutrale groei (ten opzichte van 2011). De ontwikkelingen in de uitstoot van de broeikasgassen methaan (CH4), lachgas (N2O) en kooldioxide (CO2) van de melkveehouderij worden gemonitord in de sectorrapportage Duurzame Zuivelketen.

Methode
De emissie van broeikasgassen omvat de productie van aangevoerde grondstoffen (bijvoorbeeld krachtvoer, ruwvoer, brandstoffen, meststoffen, landbouwplastics, pesticiden, enzovoort) die de melkveehouderij gebruikt voor de teelt, het transport en de verwerking van het voer en de productie van melk (bijvoorbeeld de teelt van ruwvoer, benodigde brandstoffen, pensfermentatie in de koe enzovoort). De emissie in CO2-equivalenten is berekend met de karakterisatiefactoren zoals vastgelegd in IPCC (2013): 1 kg lachgas (N2O) is 265 kg CO2-equivalenten en 1 kg biogeen methaan (CH4) staat gelijk aan 28 kg CO2-equivalenten. Door middel van allocatie (verdeling) naar melk en vlees wordt de emissie toegerekend aan de producten.

Stabiele emissie per kg melk
De gemiddelde broeikasgasemissie bedroeg in 2015 1,23 kg CO2-equivalenten per kg melk. Over de periode 2009-2015 neemt de emissie per kg melk niet toe. Hoewel de emissie in 2014 en 2015 wat lager is, is er echter ook nog geen duidelijk afnemende trend waarneembaar in de emissie per kg afgeleverde melk (tabel 1). Doordat deze indicator gedefinieerd is per kg melk, zijn effecten van bijvoorbeeld een grotere veestapel niet zichtbaar in deze indicator. De doelstelling van de sector betreft echter de totale emissie.

Tabel 1 Broeikasgasemissie melkveehouderij (cradle to farm gate) in kg CO2-equivalenten per kg afgeleverde melk naar bron, 2009-2015

a) emissies uit dierlijke mest als gevolg van fermentatieprocessen in een anaerobe omgeving;
b) emissies ten gevolge van nitrificatie- en denitrificatieprocessen in de opslag van dierlijke mest en in de bodem, en de indirecte emissie na atmosferische depositie van N-verbindingen en door afspoeling en uitspoeling van N uit landbouwbodems;
c) Inclusief loonwerk en teeltwerkzaamheden.
Bron: Informatienet van Wageningen Economic Research.

Stijgende emissie melkveehouderijsector
De broeikasgasemissie uit de melkveehouderij was in 2015 3,4% hoger dan in 2014 (18,3 vs 17,7 Mton (miljoen ton) CO2-equivalenten, tabel 2). Dit wordt veroorzaakt door een toename van het productievolume met 6,9% in combinatie met een wat lagere emissie per kg afgeleverde melk (1,23 vs 1,25 kg CO2-equivalenten per kg afgeleverde melk). Met name door de toegenomen veestapel lijken de reductiedoelstellingen van de Duurzame Zuivelketen verder uit beeld te raken. Realisatie van het doel in 2020 vergt nog forse inspanningen van de melkveehouderij.

Tabel 2 Broeikasgasemissie melkveehouderij (cradle to factory gate) in Mton CO2-equivalenten naar bron, 1990-2015

Bron: LCA melkveehouderij op basis van het Informatienet van Wageningen Economic Research

Marga Hoogeveen (Wageningen Economic Research)                         LMM e-nieuws, april 2017

Deel dit artikel: