LMM in de Lossregio, deel 3: Trends in bemesting en overschotten in het Lössgebied

Inleiding
In dit artikel staan de ontwikkelingen in de bemesting en overschotten op akkerbouw- en melkveebedrijven in de Lössregio centraal. Op basis van het Informatienet van Wageningen Economic Research zijn de gebruiken en overschotten van stikstof en fosfaat op de bodem voor 3 tijdvakken geschat. Het gaat dan om de jaren 2006 tot en met 2009 (looptijd van het 3e Nitraatactieprogramma, kortweg NAP-3), de jaren 2010 tot en met 2013 (NAP-4) en de jaren 2014 en 2015 (eerste helft NAP-5).

Waarom werken met meerjarige gemiddeldes?
Het werken met periodegemiddeldes heeft verschillende redenen. Allereerst is het aantal steekproefbedrijven in de lössregio klein ten opzichte van de andere regio’s. Door te werken met periodegemiddeldes worden de jaarinvloeden op de resultaten gedempt van het weer en van de afvallers en nieuwe bedrijven.

Resultaten akkerbouw: sterk afgenomen bodemoverschotten
Bij de akkerbouw (tabel 1) is een sterke afname van de bodembelasting zichtbaar, vooral bij fosfaat. In 2014-2015 was het fosfaatbodemoverschot met gemiddeld 3 kg P2O5 per ha maar liefst 87% lager dan in de jaren 2006-2009 (26 kg P2O5 per ha). De cijfers voor 2010-2013 laten zien dat de afname in de fosfaatgebruiken en -overschotten al in NAP-4 (met de differentiatie in de fosfaatgebruiksnormen) in gang is gezet. Zowel bij kunstmest als dierlijke mest is het fosfaatgebruik duidelijk afgenomen. Bij de overige organische meststoffen (denk aan champost en compost) is wel een toename in het gebruik zichtbaar. Dit is in lijn met het nationale beeld.

Resultaten melkveehouderij: afname fosfaatbelasting, gebruik stikstofkunstmest neemt toe
Ook bij de melkveehouderij (tabel 2) springt de sterke afname in het fosfaatbodemoverschot in het oog. Het gemiddeld negatieve overschot voor 2014-2015 is veroorzaakt door de uitzonderlijk hoge gewasonttrekking in 2014. Bij stikstof is de afname in het bodemoverschot geringer. Het totale gebruik aan stikstof lag in 2014-2015 met gemiddeld 322 kg N/ha zo’n 3% hoger dan in 2006-2009. Naast de (incidenteel) gunstige groeiomstandigheden speelt hierbij ook de (meer structureel) toegenomen intensiteit van de melkveebedrijven een rol.

Tabel 1 Ontwikkeling in bemesting en overschotten op akkerbouwbedrijven in de Lössregio, in de periode 2006 tot en met 2015.



Tabel 2 Ontwikkeling in bemesting en overschotten op melkveebedrijven in de Lössregio, in de periode 2006 tot en met 2015.

 

Dit artikel is het derde uit een serie waarin zal worden ingegaan op vragen over het LMM-programma in de Lössregio. Elders in deze editie van LMM e-nieuws is een artikel opgenomen over de diverse meetnetten in de Lössregio (deel 2). Het eerste artikel verscheen in december 2016.

Deel dit artikel: