Koeien & Kansen-bedrijven vergeleken met andere melkveebedrijven

Met onder meer lagere fosfaatoverschotten per hectare en hogere stikstof- en fosfaatbenutting presteren Koeien & Kansen-melkveebedrijven gemiddeld beter op het gebied van mineralenmanagement dan andere melkveebedrijven in Nederland. Deze betere milieuprestaties gaan niet ten koste van het economisch resultaat, zo blijkt uit het onlangs verschenen rapport ‘Mineralenmanagement onder de loep’.

Lagere fosfaatoverschotten, stikstofoverschotten ongeveer gelijk sinds 2008
Uit resultaten over de periode 1998 tot en met 2014 blijkt dat het stikstofoverschot vanaf 2008 stabiliseerde op een niveau rond de 200 kg/ha voor zowel de K&K-bedrijven als voor een vergelijkingsgroep bestaande uit Nederlandse melkveebedrijven uit het Bedrijveninformatienet. In 2014 daalden de gemiddelde stikstofoverschotten verder voor beide groepen bedrijven, waarbij het gemiddelde stikstofoverschot van K&K-bedrijven hoger was. De fosfaatoverschotten dalen bij beide groepen nog steeds, waarbij K&K-bedrijven in de meeste jaren lagere overschotten realiseren. K&K-bedrijven hadden in 2014 een negatief overschot van gemiddeld -14 kg fosfaat per hectare, terwijl de vergelijkingsgroep met -19 kg nog iets lager uitkwam. Een negatief fosfaatoverschot betekent dat er netto fosfaat wordt onttrokken aan de bodemvoorraad. Het overschot per bedrijf is gedefinieerd als de aanvoer van nutriënten (dieren, krachtvoer en bijproducten, ruwvoer, kunstmest en organische mest) minus de afvoer van nutriënten (melk en dieren, ruwvoer en mest), inclusief correcties voor voorraadveranderingen. Voor stikstof telt ook mee de aanvoer door klaver (stikstofbinding uit de lucht) en de aanvoer als gevolg van depositie.


Figuur 1Trend in stikstof- en fosfaatoverschot  in de periode 1998-2014 voor K&K-bedrijven en een vergelijkingsgroep van melkveebedrijven uit het Informatienet (kg/ha).
Bron: project Koeien & Kansen en Informatienet.
NB. Voor het jaar 2000 zijn geen gegevens beschikbaar van bedrijven in het Informatienet.

Hogere stikstof- en fosfaatefficiëntie op bedrijfsniveau
Specifiek voor de jaren 2010 tot en met 2012 (een periode waarin geen wisseling van bedrijven heeft plaatsgevonden) is een analyse uitgevoerd waarbij de K&K-bedrijven zijn vergeleken met referentiegroepen gebaseerd op het Informatienet. De referentiegroepen bevatten een selectie van melkveebedrijven die qua bedrijfsomstandigheden (grondsoort en grondwaterstand) goed vergelijkbaar en qua bedrijfsopzet (melkproductie per hectare) redelijk vergelijkbaar zijn met de K&K-bedrijven.

K&K-bedrijven realiseerden een gemiddelde efficiëntie op bedrijfsniveau in de periode 2010-2012 van 33% voor stikstof en 84% voor fosfaat (zie tabel 1). De referentiegroepen realiseerden in dezelfde periode gemiddeld een efficiëntie van 29% voor stikstof en 77% voor fosfaat. Enerzijds scoorden de K&K-bedrijven beter op deze kengetallen dan vergelijkbare melkveebedrijven vanwege een hogere melkproductie per hectare, omdat een groter aandeel van het rantsoen werd aangekocht en meer mest werd afgevoerd. Verliezen bij de productie van dit aangekochte voer en bij de aanwending van de afgevoerde mest kwamen dan niet ten laste van de nutriëntenkringloop van het eigen bedrijf. Anderzijds is het zo dat de K&K-bedrijven gemiddeld genomen ook een hogere efficiëntie haalden op bodem- en veestapelniveau dan de referentiegroepen. Echter, voor de veestapel waren de gemiddelde fosfaatefficiënties van beide groepen bedrijven niet significant verschillend.

Tabel 1  Stikstof- en fosfaatefficiëntie per schakel van de kringloop (in procenten) gerealiseerd op de K&K-bedrijven en op de referentiegroepen

 
a) p-waarde tussen 0,05 en 0,10: beperkt significant verschil (komt niet voor in deze tabel);
b) p-waarde tussen 0,01 en 0,05: significant verschil;
c) p-waarde, kleiner dan 0,01: sterk significant verschil.

Bron: Informatienet

Economische resultaten ongeveer gelijk
De betere prestaties van K&K-bedrijven op het gebied van mineralenmanagement leiden niet tot significant betere of slechtere inkomens dan die van referentiegroepen. De berekende kosten voor niet-betaalde arbeid zijn op K&K-bedrijven vanwege de hogere arbeidsproductiviteit echter wel een stuk lager dan op deze andere melkveebedrijven, wat leidt tot een beduidend lagere kostprijs van melk. Meer weten? Zie het volledige rapport.

Gerben Doornewaard (Wageningen Economic Research)                    LMM e-nieuws, april 2017


Deel dit artikel: