Het MAN: hoe het RIVM de ammoniakconcentratie in de natuur volgt

Wat is het MAN?
Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) van het RIVM meet sinds begin 2005 luchtconcentraties van ammoniak op ruim 280 locaties in 84 natuurgebieden, meestal Natura 2000-gebieden die onder Europese regelgeving vallen (Figuur 1). De metingen worden uitgevoerd met passieve monsternemers; buisjes met bovenin een absorptievloeistof dat alle ammoniak absorbeert. Deze buisjes hangen een maand in het veld, waarna in het laboratorium de hoeveelheid geabsorbeerd ammoniak wordt bepaald. Samenwerking met plaatselijke terreinbeheerders staat centraal in de meetopzet, hun veldkennis is zeer waardevol gebleken. De buisjes worden door de terreinbeheerders zelf maandelijks verwisseld en teruggestuurd naar het RIVM, vaak geholpen door vrijwilligers (Figuur 2). De resultaten van het meetnet worden met hen gedeeld via rapporten, nieuwsbrieven en symposia.

Figuur 2 Een ammoniakbuisje en de ophanging ervan.

Waarom meten we ammoniak in de natuur?
Het grootste milieuprobleem in de Nederlandse natuur is de grote aanvoer van stikstof via de lucht. Daardoor wordt de bodem bemest en verandert de vegetatie ingrijpend. Zo verdwijnen vele kruiden en orchideeën en heide wordt grasland. Van alle stikstof die neerslaat in de Nederlandse natuur is 70 % ammoniak. Het ammoniakbeleid is voor een belangrijk deel gebaseerd op modelberekeningen, zoals met het rekenmodel AERIUS in de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). De meetresultaten van het MAN geven aan in hoeverre de modelberekeningen realistisch zijn.

Wat zijn de belangrijkste resultaten van het MAN?
De gemeten ammoniakconcentraties in de lucht zijn minder gedaald dan verwacht op basis van de berekende uitstoot van ammoniak (Figuur 3). Vanaf 1993 is deze trend gemeten op 8 locaties van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML), vanaf 2005 is het MAN daarbij gekomen en wordt de trend nauwkeuriger en meer regionaal in beeld gebracht. Over een groot deel van Nederland blijken de concentraties in de afgelopen tien jaar juist gestegen te zijn, vooral in het oosten (Figuur 4). De oorzaak daarvan wordt nu onderzocht. Enkele jaren geleden bleek dat de gemeten ammoniakconcentraties langs de kust twee tot vier keer hoger waren dan werd berekend. De metingen maakten aannemelijk dat er ammoniak uit de zee verdampt. Inmiddels is het rekenmodel hierop aangepast. Deze metingen maakten een einde aan een decennia lange discussie over de vraag waarom de kustnatuur sterk is achteruitgegaan. De kustgebieden hebben hiermee veel meer aandacht binnen de PAS gekregen.

Zie ook de website van het MAN.

 

Figuur 1 MAN-locaties en Natura 2000-gebieden.

Figuur 3 De ammoniaktrend over 1993-2013 in het LML en het MAN

 

Figuur 4 De trend over 2005-2014 in 31 MAN-natuurgebieden, de grootte van de bol geeft aan hoe groot de verandering over 2005-1014 is geweest.

 Addo van Pul, Arien Stolk (RIVM)                                    LMM e-nieuws, april 2017 

 

Deel dit artikel: