Selectie van deelnemers in de Lössregio

Dit artikel is deel vier van artikelenserie over de Lössregio en gaat in op de wijze waarop de deelnemers in deze regio worden geselecteerd.

Introductie
De LMM-Lössregio betreft het zuidelijk deel van de provincie Limburg. In dit gebied zijn ongeveer 1.000 agrarische bedrijven op circa 27.000 ha cultuurgrond actief. Met nog geen 1,5% van het landelijke areaal cultuurgrond, is de Lössregio verreweg de kleinste regio binnen het LMM. In totaal zijn er 51 LMM-bedrijven in de Lössregio, waaronder 21 melkveebedrijven, 20 akkerbouwbedrijven en 10 overige dierbedrijven.

Selectiewijze deelnemers voor LMM
De selectie van LMM-deelnemers gebeurt middels gestratificeerde, aselecte steekproeven, met uitzondering van één melkveebedrijf in het Derogatiemeetnet; dit is afkomstig uit het project Koeien en Kansen. Omdat het Basismeetnet en Derogatiemeetnet op verschillende groepen van bedrijven (steekproefkaders) zijn gericht, vindt de bedrijfskeuze gescheiden plaats. Wel is er overlap in deelname waarmee wordt bedoeld dat deelnemers die voor het Basismeetnet geworven zijn, ook als deelnemer aan het Derogatiemeetnet kunnen worden meegeteld (mits ze aan de selectiecriteria voldoen).

In Lössregio tellen deelnemers aan het Derogatiemeetnet ook mee voor het Basismeetnet
Anders dan in de Zandregio, Kleiregio en Veenregio worden de deelnemers aan het Derogatiemeetnet in de Lössregio ook meegeteld voor het Basismeetnet (uitgezonderd de al genoemde deelnemer aan Koeien en Kansen). Dit is om praktische redenen: als de steekproef voor het Basismeetnet strikt gescheiden van het Derogatiemeetnet zou worden samengesteld, zou het totaal aantal LMM-deelnemers in de Lössregio veel groter moeten zijn. Terwijl de steekproefdichtheid in de Lössregio nu al het hoogst is van alle regio’s. Zo neemt nu al van elke 8 melkveebedrijven in de Lössregio, er 1 deel aan LMM (tabel 1).

Tabel 1 Dichtheid van de LMM-steekproef voor het Basismeetnet in de Lössregio

a) Bron: Landbouwtelling 2015.

Herkomst van deelnemers in Lössregio
Een tweede aspect waarop de Lössregio sterk afwijkt van de andere regio’s, is de herkomst van de steekproefbedrijven. Deelnemers voor LMM worden bij voorkeur geworven uit de steekproef van 1.500 agrarische bedrijven in het Bedrijveninformatienet (ook wel: Informatienet) van Wageningen Economic Research. Wanneer het potentieel niet toereikend is, worden LMM-deelnemers middels dezelfde selectiewijze ‘rechtstreeks’ uit de Landbouwtelling geselecteerd. Ook deze ‘aanvullend geworven’ LMM-deelnemers zijn in het Informatienet opgenomen, maar maken geen deel uit van de officiële Informatienetsteekproef. In de Lössregio is zo’n driekwart van de bedrijven buiten het Informatienet geworven (tabel 2). In de Veenregio betreft dit eenderde deel en in de regio’s Zand en Klei gaat het om 15% van de deelnemers.   

Tabel 2: herkomst LMM-bedrijven in de Lössregio (steekproef in Informatienetjaar 2016)


In een volgende editie van LMM e-nieuws zal worden ingegaan op de representativiteit van het LMM in de Lössregio.

Ton van Leeuwen (Wageningen Economic Research)                                LMM e-nieuws, juni 2017

Deel dit artikel: