Broeikasgasemissie op melkveebedrijven in de Veenregio

De uitstoot van broeikasgassen per kg melk op melkveebedrijven gelegen in de Veenregio is hoger dan op bedrijven gelegen in andere regio’s. Oorzaken hiervan zijn het rantsoen van melkvee, maar vooral het bodemgebruik en bodemprocessen. Dit artikel is de tweede in de serie over broeikasgasemissies, het eerste artikel is verschenen in de LMM e-nieuws van april 2017.

De Veenregio is gedefinieerd o.b.v. een 4-cijferige postcode-indeling van gebieden met hoofdgrondsoort veen (definitie uit het project Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid). Nederland kent twee veengebieden, namelijk in West-Nederland en in Noord-Nederland. De rekenwijze is conform de rekenwijze gerapporteerd in de sectorrapportage Duurzame Zuivelketen (Reijs et al., 2016). Uitsluitend de uitstoot is berekend, er is geen rekening gehouden met de vastlegging van koolstof door gewassen en de bodem. Uitstoot van koolstof als gevolg van inklinking van veenbodems is ook niet meegenomen.

De Veenregio omvat 13% van de melkproductie in Nederland. De gemiddelde uitstoot per kg melk bedroeg op melkveebedrijven in de Veenregio in 2015 1,47 kg CO2-equivalenten per kg melk (2014: 1,51, tabel 1). In de andere grondsoortregio’s was de uitstoot in 2015 1,20 kg C CO2-equivalenten per kg melk (2014: 1,21). Een verschil tussen de regio’s van 0,27-0,30 kg CO2-equivalenten per kg melk in het nadeel van de bedrijven in de Veenregio.

Tabel 1 Gemiddelde broeikasgasuitstoot melkveehouderij (kg CO2-equivalenten per kg melk) naar grondsoortregio


Bron: Informatienet Wageningen Economic Research, eigen bewerkingen.

Bodem
De uitstoot van lachgas van het gebruik van de bodem is hoger op bedrijven in de Veenregio dan op bedrijven in de andere regio’s (2015: 0,32 resp. 0,10 kg CO2-equivalenten per kg melk, figuur 1). Dit hangt vooral samen met de hogere waarden voor vrijkomende stikstof uit de organische bodem (veengrond) ten opzichte van minerale bodems (bijvoorbeeld zand- en kleigrond). Bemesting op grasland op veengrond heeft een 2,5-3 maal hogere lachgasemissie tot gevolg dan bemesting op andere grondsoorten. Verschillen tussen bedrijven in de Veenregio en andere regio’s in de gewaskeuze (gras of mais), de beweiding, de intensiteit (kg melkproductie per ha) en de hoogte van de bemesting hebben een geringere invloed op de broeikasgasemissie dan de bodemkenmerken.

Rantsoen
De uitstoot van methaan uit pens- en darmfermentatie is hoger op melkveebedrijven in de Veenregio in vergelijking tot andere regio’s (2015: 0,55 resp. 0,51 kg CO2-equivalenten per kg melk). De verschillen als gevolg van het rantsoen zijn kleiner dan de verschillen als gevolg van de bodemkenmerken. Verklaring hiervoor is dat op bedrijven in de Veenregio iets meer beweiding wordt toegepast en het aandeel grasland in het totaal areaal cultuurgrond groter is. Hierdoor bestaat een groter aandeel van het rantsoen uit graslandproducten welke een hogere methaanproductie tot gevolg hebben dan bijvoorbeeld maisproducten.

 



Figuur 1 Verdeling gemiddelde broeikasgasuitstoot melkveehouderij (kg CO2-equivalenten per kg melk) naar bron (boven Veenregio, onder Overige regio’s)
a) emissies uit dierlijke mest als gevolg van fermentatieprocessen in een anaerobe omgeving;
b) emissies ten gevolge van nitrificatie- en denitrificatieprocessen in de opslag van dierlijke mest en in de bodem, en de indirecte emissie na atmosferische depositie van N-verbindingen en door afspoeling en uitspoeling van N uit landbouwbodems;
c) Inclusief loonwerk en teeltwerkzaamheden.
Bron: Informatienet van Wageningen Economic Research, eigen bewerkingen.

De melkveebedrijven in de Veenregio hebben gemiddeld een lagere melkproductie per ha.  De broeikasgasuitstoot per hectare zal daardoor een minder groot verschil tussen de Veenregio en de andere regio’s vertonen dan het verschil uitgedrukt in kg melk.

Marga Hoogeveen (Wageningen Economic Research)                   LMM e-nieuws, juni 2017

Deel dit artikel: