Bemesting en bodemoverschotten duidelijk afgenomen in de periode 1991-2014

In de periode 1991-2014 nam de bemesting op landbouwbedrijven af, vooral op melkveebedrijven. De bodemoverschotten voor stikstof en fosfaat daalden hierdoor ook. De daling was het sterkst in de periode 1997-2006 ten tijde van het MINAS-systeem. Vanaf de invoering van het gebruiksnormenstelsel in 2006 trad er nog wel verdergaande daling op maar minder sterk, zeker bij stikstof. Omdat fosfaat uit kunstmest eerst vanaf 2006 in de regelgeving werd opgenomen, is er bij fosfaat vanaf 2006 nog wel een daling in de bemesting te zien. Dit is nog versterkt door aanscherpingen in de gebruiksnormen voor fosfaat; voor stikstof zijn aanscherpingen in de gebruiksnormen veel beperkter gebleven.

Evaluatie Meststoffenwet
Eens in de vier of vijf jaar dient de Meststoffenwet geëvalueerd te worden. Voor de evaluatie in 2016 heeft Wageningen Economic Research data uit haar Bedrijveninformatienet voor bemesting en bodemoverschotten over de jaren 1991-2014 op een rij gezet. De LMM-bedrijven maken ook deel uit van het Informatienet. Het doel van de analyse was om na te gaan welke trends in de aangegeven periode zijn opgetreden in bemestingen en bodemoverschotten, zowel per sector als per regio. Via de regio’s werden ook grotendeels verschillen in grondsoorten meegenomen.

Grootste veranderingen al even geleden
Figuur 1 geeft de ontwikkeling in de bemesting en het bodemoverschot voor stikstof weer op melkveebedrijven. Vooral in de periode 1997-2006 liep de bemesting terug, met name via kunstmest maar ook via dierlijke mest. Vanaf 2006 is er alleen een significante daling in het bodemoverschot voor stikstof te zien, vooral door goede ruwvoeropbrengsten in 2014; de bemesting is niet significant veranderd.


Figuur 1 Ontwikkeling van de stikstofgift via dierlijke mest, kunstmest en overige organische mest op melkveebedrijven (in kg N/ha); in de legenda is aangegeven of in de periode 2006-2014 een significante ontwikkeling heeft plaatsgevonden en, zo ja, de jaarlijkse trend in kg N/ha.

Op akkerbouwbedrijven worden sinds 2006 eveneens significant lagere bodemoverschotten voor stikstof (figuur 2) en fosfaat gerealiseerd door hogere gewasopbrengsten. Bovendien zijn akkerbouwers meer overige organische mest gaan gebruiken ten koste van zowel dierlijke mest als kunstmest. Net zoals melkveehouders gebruiken akkerbouwers sinds 2006 significant minder fosfaat uit kunstmest. Dit beeld geldt ook voor de overige bedrijven (onder andere bedrijven met vleesvee en gemengde bedrijven).

Figuur 2: Ontwikkeling van de stikstofgift via dierlijke mest, kunstmest en overige organische mest op akkerbouwbedrijven (in kg N/ha); in de legenda is aangegeven of in de periode 2006-2014 een significante ontwikkeling heeft plaatsgevonden en, zo ja, de jaarlijkse trend in kg N/ha.

Meer weten? In de rapportage ‘Bemesting en bodemoverschotten van stikstof en fosfaat 1991-2014’, is nadere informatie te vinden.

Co Daatselaar (Wageningen Economic Research)                         LMM e-nieuws, juni 2017

Deel dit artikel: