LMM in de Lössregio, deel 5: Verschillen met de LMM-programma’s in de andere regio’s

Het doel en de globale opzet van het meetprogramma in de Lössregio is vergelijkbaar met die in de andere regio’s. Ondanks dat wijkt het Lössprogramma op een aantal aspecten af van de programma’s in de andere regio’s. De overeenkomsten betreffen: (a) de opname van de landbouwsectoren die de meeste grond in gebruik hebben, (b) de monitoring van zowel de landbouwpraktijk als de waterkwaliteit en (c) de monitoring van de waterkwaliteit door het meten van de uitspoeling uit de wortelzone. Een belangrijk verschil is de wijze waarop het grondwater wordt bemonsterd omdat door de diepe grondwaterstanden in de Lössregio er hier meestal geen grondwater kan worden bemonsterd. In dit artikel wordt hier verder opgegaan en worden ook nog een aantal andere verschillen benoemd en toegelicht.

Meten van de uitspoeling
Het grondwater in de Lössregio bevindt zich meestal meer dan vijf meter beneden maaiveld. Om toch de uitspoeling uit de wortelzone te kunnen meten, wordt in deze regio, als standaard, het bodemvocht   bemonsterd uit de laag onder de wortelzone; dat wil zeggen de bodemlaag tussen 1,5 en 3,0 m beneden het maaiveld. Alleen als er grondwater voorkomt binnen de 1,7 m wordt een grondwatermonster genomen. Het is dan namelijk niet mogelijk een bodemvochtmonster te nemen.

Bemonstering bronnen
Met buizen gedraineerde percelen en sloten komen in deze regio nauwelijks voor. Dit gebied kent echter wel natuurlijke bronnen die het grondwater afkomstig van de hoger gelegen plateaus afvoeren naar de beken. De plateaus zijn meestal in gebruik door de landbouw. De bronnen ontspringen aan de zijkanten van de plateaus met vaak een natuurlijke begroeiing. Door deze bronnen en beken eens in de 8 à 9 jaar te bemonsteren, krijgen we een indruk van de verandering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit op de lange termijn.

Foto 1: bemonstering van grond                  Foto 2: bemonstering van een bron

Bedrijfscategorieën
In de Lössregio zijn net als in de Klei- en Zandregio akkerbouw-, melkvee- en overige dierbedrijven opgenomen in het programma. Hokdierbedrijven zijn niet opgenomen, omdat deze categorie in deze regio een te klein areaal vertegenwoordigt.

Dit artikel is het vijfde uit een serie waarin zal worden ingegaan op vragen over het LMM-programma in de Lössregio. In een volgende artikel wordt antwoord gegeven op de vraag wat de uitspoeling uit de wortelzone zegt over de kwaliteit van het drinkwater of die van het oppervlaktewater in Zuid-Limburg.

Dico Frater (RIVM)                                           LMM e-nieuws, oktober 2017

Eerder verschenen artikelen in de reeks over de Lössregio:
1. Daling van de nitraatconcentratie. December 2016
2. Waarom een LMM-programma in de Lössregio? April 2017
3. Trends in bemesting en overschotten. April 2017
4. Selectie van deelnemers. Juni 2017


 

Deel dit artikel: