Verlies Nederlandse derogatie kost varkenshouder 4.000 à 5.000 euro

Indien de huidige derogatie die loopt tot 2018 niet zou worden verlengd, leidt dit op korte termijn tot een inkomensdaling in de varkenshouderij van 5.000 euro per bedrijf per jaar en 4.000 euro op de middellange termijn. Dit blijkt uit een scenarioanalyse met en zonder derogatie op zowel de korte (2018) als de middellange termijn (2022) en het basisscenario (2015).

De inkomens van gespecialiseerde varkensbedrijven nemen op de middellange termijn toe met 1.200 euro (geen derogatie) tot 5.400 euro (met derogatie) ten opzichte van het basisscenario (figuur) door lagere mestafzetkosten in beide scenario’s. Omdat alle overige factoren die van invloed zijn op het inkomen constant zijn gehouden, wordt het verschil in inkomen volledig veroorzaakt door verschillen in mestafzetkosten. De mestafzetkosten op de middellange termijn dalen meer dan die op korte termijn. Dit komt doordat op middellange termijn meer export door mestscheiding en mestverwerking wordt gerealiseerd waardoor de mestafzetprijzen dalen.

Mestafzetprijzen
In 2015 was de mestafzetprijs van varkensdrijfmest 17,30 euro per ton (bron: Bedrijveninformatienet). De verwachting is dat die in 2022 (zonder correctie voor inflatie) gedaald zal zijn naar netto 16,80 euro per ton bij ‘geen derogatie’ en 15,00 euro per ton bij ‘derogatie’. De mestafzetprijzen zijn bij behoud van derogatie lager. Dit komt doordat er bij het scenario ‘derogatie’ van uit wordt gegaan dat derogatie alleen mogelijk is bij invoering van het fosfaatrechtenstelsel in de melkveehouderij. Bij het scenario ‘geen derogatie’ wordt ervan uit gegaan dat het fosfaatrechtenstelsel niet wordt ingevoerd. Hierdoor wordt in het scenario ‘derogatie’ de mestproductie in de melkveehouderij gemaximeerd waardoor de mestafzetprijzen kunnen dalen.



Figuur: Berekend genormaliseerd inkomen uit bedrijf voor gespecialiseerde varkensbedrijven in verschillende scenario’s (euro per jaar).

Mestscheiding is wezenlijk bij verlies derogatie
Om stijgende mestafzetprijzen door het verlies van derogatie zo veel mogelijk te voorkomen, is een grotere capaciteit voor mestscheiding cruciaal. Met derogatie was in 2015 de stikstofbemesting uit organische mest op grasland 230 kg per ha en op akkerbouwbedrijven 110 kg per ha (Bron: www.Agrimatie.nl). Door mestscheiding kan een daling van de stikstofgift uit mest op grasland worden gerealiseerd tot 170 kg per ha zonder dat de fosfaatgift uit dierlijke mest wordt verlaagd. Dit is mogelijk door het aanwenden van dikke fractie aangevuld met drijfmest en/of via een mengsel van drijfmest met dikke fractie. Door vervolgens de dunne fractie eventueel gemengd met drijfmest aan te wenden in de akker- en tuinbouw kan daar juist een stijging gerealiseerd worden van de stikstofgift uit dierlijke mest tot 150 à 170 kg N/ha bij een gelijkblijvende bemesting aan fosfaat. Deze verschuiving van stikstofbemesting uit dierlijke mest van grasland naar de akker- en tuinbouw kan gerealiseerd worden door de hoeveelheid mestscheiding van 6 mln. ton mest in 2015 te verdubbelen naar 12 mln. ton in 2022.

Voor meer informatie zie: Hoste, R., A. Wisman en H. Luesink (2017). Economische gevolgen van derogatie voor de varkenshouderij.


Harry Luesink (Wageningen Economic Research)                     

LMM e-nieuws, oktober 2017

Deel dit artikel: